|
We gaan eventjes bekijken hoe het spel hier in België wordt gespeeld.
Een ploeg bestaat uit 5 spelers, 2 koordspelers, klein midden, groot midden
en de achterman. Bij de volwassenen is het toegestaan een reserve te hebben
en bij de jeugd mag je er zelfs 2 hebben.
Kaatsers serveren de kleine kaatsbal met de blote hand zo nauwkeurig mogelijk
in het terrein van de tegenstanders. De andere vijfkoppige ploeg probeert de
bal zo ver mogelijk terug te slaan (keren).
Er wordt over en weer gekeerd tot de bal buiten de zijlijnen gaat, over de
eindlijn geleverd (geserveerd) wordt of over de eindlijn gekeerd wordt. In deze
gevallen wordt een punt (een vijftien) toegekend.
Wanneer de bal binnen de zijlijnen tegen de grond geslagen wordt en de tegenstander
slaagt er niet in deze te keren vóór de bal voor de tweede keer
de grond raakt, dan wordt er een kaats geplaatst waar de bal gestopt wordt of
over de zijlijn rolt. Er wordt dan geen punt toegekend. Om het punt toe te kennen
moet er voor de kaats gespeeld worden.
De teams wisselen daartoe van terrein (helft) en moeten nu proberen het punt
rechtstreeks te winnen of de kaatsbal te stoppen voor de plaats waar de kaats
gezet werd.
|